Wanneer de behandeling op een adequate manier wordt toegepast, is deze zeer succesvol in het voorkomen van de ziekte. De behandeling heeft als doel om te voorkomen dat het virus het zenuwstelsel bereikt. Het direct grondig wassen van de wond met zeep en water gedurende 5 minuten is zeer effectief in het verminderen van het aantal virusdeeltjes. Hierna moeten virucidale antiseptica (stoffen die virussen doden), zoals povidone-iodine, iodine tinctuur, jodineoplossing of alcohol/ethanol, worden toegediend op de wond. Slijmvliezen (oog, mond, neus) dienen grondig gespoeld te worden met water.

De behandeling wordt gevolgd met het toedienen van antistoffen (passieve immunisatie) en een vaccin (actieve immunisatie). Deze bestaat uit een serie vaccinaties, waarbij de eerste zo snel als mogelijk na blootstelling aan het virus dient te worden toegediend. De daarop volgende vaccinaties worden gegeven op dag 3, 7, 14 en 30 na de eerste vaccinatie. Indien je al gevaccineerd was, bestaat de behandeling na een beet van een potentieel geïnfecteerd dier uit het zo snel mogelijk (binnen 7 dagen) toedienen van het rabiësvaccin met een herhaling na 3 dagen. Het vaccin dat in Nederland wordt gebruikt is een geïnactiveerd (dood) rabiësvirus en wordt in de armspier toegediend.